Als slaaf was Jozef goed in elke taak die hij deed. Potifar dacht dat Jozef wel gezegend moest zijn door God en dus mocht Jozef zijn persoonlijke assistent worden. Uiteindelijk kreeg Jozef de leiding over het huishouden.
De vrouw van Potifar vond Jozef een knappe man en probeerde hem te kussen. Jozef wilde dit niet. Dat maakte haar zo boos, dat ze heel hard begon te gillen.
Toen Potifar verscheen, vertelde ze dat Jozef haar had aangevallen en haar wou kussen. Potifar geloofde de leugens van zijn vrouw en was razend op Jozef. Hij liet hem arresteren en in de gevangenis gooien.